Dwars tegen alle 3D-ontwikelingen in, maakte Roman Polanski een kleine acteursfilm die zich zonder sprongen in de tijd goeddeels voltrekt op één locatie: een smaakvol ingericht New Yorks appartement. Twee middenklasse echtparen treffen elkaar daar om een gewelddadig incidentje tussen hun elfjarige zonen uit te praten. De ouders van de dader converseren beschaafd over het gedrag van hun zoontje met de ouders van het slachtoffer, die inmiddels door het voorval twee voortanden mist en een kapotte lip heeft. De sfeer is aanvankelijk welwillend en beleefd. Er worden handen geschud, sussende woorden gesproken, een juridische verklaring opgesteld om gedoe met de verzekering te voorkomen. Maar onder dat vertoon van redelijkheid kun je de irritaties van meet af aan voelen. Voor het verbale steekspel losbarst, is het contrast tussen beide partijen evident: de Longstreets zijn huiselijke truidragers, de Cowans kleden zich om te imponeren. Wanneer duidelijk wordt dat gastvrouw Penelope (Jodie Foster) aan een studie over de humanitaire situatie in Darfur werkt, terwijl cynicus Alan (Christoph Waltz) als advocaat een dubieus farmaceutisch bedrijf bijstaat, is het wachten tot de bom barst. Wanneer Nancy (Kate Winslet) onwel wordt over een salontafelboek van Penelope (Oh no, my Kokoschka!) komt dat de sfeer niet ten goede. Polanski regisseert als geen ander het ontwakende monster in mensen wier fatsoen op de proef wordt gesteld. En hij haalt het beste uit vier acteurs die al zo goed waren. (D.B.) -------> Deze film wordt op vrijdag 23 maart ingeleid door een spreker. Let op: geen pauze.